Book XXIII
Mondriaan Fonds aanvraag regeling Kunstenaar Basis
16 gerechten / Degusteren / Verteren
Afwijzing / Nadere motivatie / Beschouwing / Vervolg
Beste Jan van der Til,
Op 16 juni jl. heeft ons uw verzoek bereikt om nadere informatie over de overwegingen die ten grondslag hebben gelegen aan de beslissing om u geen bijdrage toe te kennen.
Volledigheidshalve zullen wij u eerst in globale zin de gang van zaken bij de behandeling van een aanvraag voor een bijdrage uiteenzetten. De beslissing van het bestuur van het Mondriaan Fonds is gebaseerd op een advies van een onafhankelijke adviescommissie. Uitgangspunt bij de samenstelling daarvan is geweest een adviescommissie tot stand te brengen die met gezag tot oordelen bevoegd is en die in staat is over alle aspecten van de beeldende kunsten een oordeel uit te spreken. Aan de hand van de door u op het aanvraagformulier verstrekte gegevens, het ingezonden visuele documentatiemateriaal en eventuele overige documentatie brengt de adviescommissie een advies uit aan het bestuur van het Mondriaan Fonds. Na zorgvuldige bestudering van deze informatie wordt door elk lid van de adviescommissie een eerste oordeel over een aanvraag uitgebracht. De leden trachten hun oordeel zo duidelijk en genuanceerd mogelijk te beargumenteren. Hierbij kan een groot aantal overwegingen aan de orde komen.
Ter vergadering nemen de leden van elkaars oordeel kennis en zo nodig worden de verschillende overwegingen nader bediscussieerd. Hierna volgt de gelegenheid om het eerste oordeel op basis van de inhoudelijke bespreking aan te passen en komt het uiteindelijke positieve of negatieve oordeel tot stand. Dit is in het kunstbeleid een gebruikelijke procedure. In geval van twijfel kan men eventueel besluiten om tot een atelierbezoek over te gaan.
Wellicht kunt u zich voorstellen dat het onmogelijk is alle details van deze procedure onder woorden te brengen, met name in die gevallen waar sprake is van twijfel en de adviescommissie gedeeltelijk voor en gedeeltelijk tegen is. In de praktijk zal in een nadere toelichting op het advies dan ook slechts globaal kunnen worden aangegeven op welke overwegingen het advies is gebaseerd.
In uw geval is de aanvraag aan de adviescommissie Kunstenaar Basis voorgelegd. Het advies van deze adviescommissie luidde:
“De commissie beoordeelt de kwaliteit en ontwikkeling van het oeuvre van Jan van der Til als onvoldoende. Zij is niet overtuigd van onmiskenbaar onderscheidende kwaliteit van het werk binnen de criteria van de regeling Kunstenaar Basis. Zij heeft waardering voor de theoretisch-filosofische benadering, maar vindt de artistieke uitgangspunten niet overtuigend vertaald naar werk met voldoende beeldende kwaliteit en zeggingskracht. Zij mist in het werk te zeer een artistiek-inhoudelijke visie. Zij vindt het werk onvoldoende communicatief en is niet overtuigd is van de relevantie van het werk binnen de context van de professionele hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Zij is teleurgesteld in de ontwikkeling omdat het werk meer naar binnen gekeerd raakt en een herhaling van zetten laat zien.
De commissie beoordeelt de erkenning en het cultureel ondernemerschap als ruim onvoldoende. Uit het aangeleverde materiaal blijkt niet voldoende waardering door deskundigen en relevante instellingen op het gebied van de professionele hedendaagse beeldende kunst in Nederland. Wat betreft het cultureel ondernemerschap mist de commissie te zeer een verdiepende strategie die gericht is op het overbrengen van de intenties achter het werk richting het (kunst)publiek.
De adviescommissie heeft de eerste twee beoordelingscriteria van de regeling Kunstenaar Basis gewogen in onderlinge samenhang. De commissie heeft de gehele aanvraag gelezen, maar heeft het werkplan en de manier waarop de kunstenaar de komende jaren publiek voor het werk probeert te vinden niet bij de beoordeling betrokken. Zoals vermeld in de voorwaarden betrekt de commissie dit alleen in de beoordeling als er positief is geadviseerd ten aanzien van de eerste twee criteria en dat is niet het geval. De adviescommissie komt tot het eindoordeel dat de aanvraag onvoldoende is en adviseert de aanvraag af te wijzen.”
Het bestuur van het Mondriaan Fonds hoopt hiermee aan uw verzoek om nadere informatie op voldoende wijze voldaan te hebben.
Met vriendelijke groet,
Wouter Koelman
hoofd beeldende kunst & erfgoed